De vergroening van het landschap

Aan aandacht voor 'groen' ontbreekt het de laatste jaren niet. 'Natuur voor mensen, mensen voor natuur', 'Voedsel en groen', het groene ministerie doet zijn best om deze kleur onder de aandacht te brengen. Groen wordt tot metafoor voor alles dat niet van beton is. Maar hoe zit het eigenlijk met al die andere kleuren die door de seizoenen zichtbaar kunnen zijn? Roos, Bekker en 't Hart, die ons de titel van dit essay hebben verschaft, uitten hun zorg over deze vergroening als volgt: "Met onze natuur is iets geks aan de hand. Nederland wordt steeds groener, maar natuurliefhebbers zitten daar niet op te wachten. Zij willen geen groene heide, maar een roze of een paarse. Geen grasgroen weiland, maar een zuringrood of boterbloemgeel. Ze hoeven geen door grassen en struiken overwoekerde duinen, maar blonde duinen met stuivend zand, bespikkeld met allerlei kleuren mos en kruiden. Alleen maar groen maakt niet gelukkig."

Wij denken dat dit niet alleen voor natuurliefhebbers geldt, maar voor heel veel mensen, jong en oud. De mens heeft altijd iets gehad met de seizoenen. En hoewel het dagelijkse leven van de meeste mensen minder nauw samenhangt met de seizoenen dan vroeger, nog steeds spelen ze een rol in ieders individuele bestaan, maar ook in onze cultuur. De seizoenen hebben betekenis in de beleving van de totale werkelijkheid: van tulpen in het voorjaar, de koeien weer in de wei, aardbeien en kersen in de zomer tot paddestoelen zoeken in de herfst en schaatsen in de winter.

Intensivering en schaalvergroting in de landbouw leiden al een halve eeuw lang tot homogenisering en vervlakking van het landschap. Omdat in de biologische landbouw wordt geprobeerd in te spelen en gebruik te maken van natuurlijke processen, mag een ander effect op het landschap worden verwacht. De vraag is of biologische landbouw echt tot meer ruimtelijke en temporele variatie leidt, tot meer kleuren en vormen die iets vertellen over de plek en het seizoen.